Intelligent leven in het heelal en de Fermi-paradox
Inleiding tot de presentatie van Drs. Klaas-Jan Mook, 16 september 2010
De Fermi-paradox houdt in dat, indien we aannemen, dat intelligente beschavingen in het universum veel voorkomen, we daar op grond van een aantal redelijke overwegingen, duidelijke bewijzen van zouden moeten kunnen vinden.
Sterker, deze buitenaardse beschavingen zouden de aarde reeds ver in het verleden veelvuldig moeten hebbenbezocht. Toch beschikken we tot op heden nog over geen enkel bewijs dat zoiets
inderdaad het geval is, vandaar de paradox.
Een groot aantal mogelijke oplossingen van de paradox worden behandeld, waarbij uitgebreid wordt ingegaan op het ontstaan en de evolutie van het leven op Aarde en wat ons dat leert over het voorkomen van leven in het heelal in het algemeen en intelligent leven in het bijzonder. Het al dan niet bestaan van UFO’s en vliegende schotels krijgt ruime aandacht, het SETI-project wordt besproken en er wordt ook ingegaan op de (on)mogelijkheden van het maken van interstellaire reizen.
Uiteindelijk resulteren al deze overwegingen in een conclusie waarmee de paradox kan worden opgelost en kunnen we wetenschappelijk verantwoorde uitspraken doen over het al dan niet voorkomen van andere intelligente levensvormen in het heelal.
Oorzaken van Klimaatverandering
Inleiding tot de lezing van Ing. Ap Cloosterman, Zwartebroek, technisch chemicus, lid van onze Afdeling, op donderdag 14 oktober a.s.
Wat is “het klimaat” ? Omgevingsomstandigheden voor wat betreft Temperatuur, Windsnelheid en Neerslag. Meteorologische instituten hanteren een periode van 30 jaar om gemiddelden te berekenen.
Wat is “het weer” ? De toestand op dit moment. Opwarming van de Aarde betreft uitsluitend de temperatuur. Klimaatverandering betreft alle omgevingsomstandigheden. Klimaatveranderingen zijn er altijd al geweest en is dus niets nieuws. De spreker behandelt 10 oorzaken van klimaatverandering, waarvan er zeven van natuurlijke aard zijn. Is er sprake van opwarming of van afkoeling van de Aarde? Kunnen wij natuurlijke veranderingen tegenhouden? Welke rol speelt de mens in dit proces?
Het effect van ontbossing zou wel eens groter kunnen zijn op klimaatverandering dan de verandering door stijging van broeikasgas in onze atmosfeer. Is de Aarde door de enorme bevolkingtoename en de intensieve landbouw en veeteelt de uitputting nabij?
Infrageluid in de aardatmosfeer. Dr. Läslo Evers, KNMI
Inleiding tot de lezing van Dr. Läslo Evers, KNMI, op donderdag 18 november a.s.
Akoestische golven in de atmosfeer met een frequentie lager dan 20 Hz zijn voor de mens onhoorbaar. Deze golven worden infrageluid genoemd, net als infrarood, wat onzichtbaar licht met een lage frequentie is. Omdat infrageluid uit zulke lage frequenties, ofwel lange golflengtes, bestaat, kan het over enorme afstanden reizen door de geringe demping in de atmosfeer. Om infrageluid op te wekken zijn krachtige bronnen nodig, voorbeelden hiervan zijn: explosies, bliksem, sprites, meteoren, lawines, vulkanen, aardbevingen, supersonisch vliegen maar ook nucleaire tests. Aangaande laatstgenoemde bron wordt momenteel een wereldwijd netwerk van infrageluidmeetposten gerealiseerd ter verificatie van het kernstopverdrag (de Comprehensive Nuclear-Test-Ban Treaty, CTBT).
Infrageluid van een kernbomproef van 1 kT TNT equivalent is over afstanden van enkele duizenden kilometer detecteerbaar. Zo is ook de recente eruptie van de Eyjafjallajökull (IJsland) dagenlang in Nederland gemeten.
Deze lezing zal ingaan op de historie, meting en interpretatie van infrageluid. De studie van infrageluid richt zich niet alleen op bronidentificatie maar ook op akoestische remote sensing. Hierbij wordt de metingen van infrageluid gebruikt om de wind- en temperatuuropbouw tot thermosferische hoogten (> 100 km) af te leiden. In deze lezing zal een voorbeeld worden gegeven van infrageluid als passieve atmosferische bemonsteringstechniek naar aanleiding van een Sudden Stratospheric Warming (SSW) in 2009. Tijdens zo'n SSW neemt de temperatuur in de stratosfeer binnen slechts enkele dagen met wel 50 graden Celsius toe. De invloed van deze enorme gebeurtenissen op weer en klimaat zijn onderdeel van huidig onderzoek.
Het nieuwe heelal: resultaten van de Hubble Ruimtetelescoop. Prof. Dr. Henny Lamers, Universiteit van Utrecht
Inleiding tot de lezing van Prof. Dr. Henny Lamers, Universiteit Utrecht op donderdag 9 december a.s.
Sinds zijn lancering in 1990 heeft de Hubble-telescoop een schat van opnamen gemaakt. Door de hoge kwaliteit van de telescoop en door zijn baan ver boven de aardse dampkring kunnen niet alleen veel scherpere opnamen worden gemaakt dan vanaf de aarde, maar ook in het infrarood en het ultraviolet.
Met de bestudering van de opnamen hebben we antwoord gekregen op een aantal vragen over de kosmos. Maar er zijn veel meer nieuwe vragen bijgekomen! Op een aantal gebieden heeft de Hubble zelfs een revolutie in ons denken over de kosmos veroorzaakt.
do. 27 jan. 2011 : ESA en haar Wetenschappelijk Programma. Dr. Henk Olthof, ESA Noordwijk
Inleiding tot de lezing van Dr. Henk Olthof, gepensioneerd medewerker van ESA/ESTEC Noordwijk, op donderdag 27 januari a.s.
Er zal een overzicht worden gegeven van de ontwikkelingen in de Europese Ruimtevaart Organisatie (ESA), en in het bijzonder van haar wetenschappelijk programma. Speciale aandacht zal uitgaan naar de wetenschappelijke satellieten die nu en in de nabije toekomst interessante
resultaten (zullen) opleveren.
Ook de satellieten die nu in aanbouw of in de ontwerpfase zijn zullen worden besproken.
Er zullen recente resultaten worden gepresenteerd van de Hubble-ruimtetelescoop (Hubble Space Telescope, HST), Cassini/Huygens , Mars-Express en Venus-Express, Herschel en Planck.
Dr. Henk Olthof heeft sterrenkunde gestudeerd in Groningen en is gepromoveerd in het ruimteonderzoek. Tot begin 2007 was hij werkzaam bij ESA/ESTEC in Noordwijk en nauw betrokken bij de ontwikkeling van experimenten voor de wetenschappelijke satellieten van ESA. Van 2002 tot 2010 was hij landelijk voorzitter van de KNVWS.
do. 17 febr. 2011 : Zonnezang: muziek als meetinstrument van het zonsinwendige. Prof. Dr. Robert J. Rutten, Univ. van Utrecht & Oslo
Inleiding tot de lezing van Prof. Dr. Robert J. Rutten, Emeritus hoogleraar zonnefysica te Utrecht en Oslo, op donderdag 17 februari a.s.
In 1960 werd ontdekt dat het oppervlak van de zon overal golft in een complex patroon van bulten en kuilen die om en om wisselen in ongeveer vijf minuten. Deze "vijfminutenoscillatie" bleef 15 jaar onbegrepen, tot waarnemingen die lijken op het ontleden van de orkestklank in samenstellende instrumenten de verklaring gaven: de zon zingt! Ze bromt als een bromtol in een rijk akkoord van veel tonen die resoneren in het zonsinwendige zoals het geluid in een orgelpijp. Deze trillingen hebben het mogelijk gemaakt het zonsinwendige in detail te onderzoeken, met name met de SOHO-satelliet. Diens rol is recent overgenomen door de SDO-satelliet. Zowel de geschiedenis als de stand van zaken en verwachtingen zullen worden besproken.
Voor wie zich nader in wil lezen: De spreker heeft de geschiedenis uitvoerig beschreven in het document http://www.astro.uu.nl/~rutten/rrweb/rjr-pubs/1989vakidioot-zonzingt.pdf
De spreker was ruim veertig jaar zonnefysicus in Utrecht en zet zijn onderzoek naar zonneverschijnselen ook na zijn pensionering voort. Ook was hij deeltijdhoogleraar in Oslo en ook daar komt hij nog vaak. Hij is expert in hoe het licht van de zon ontsnapt en hoe de spectraallijnen in het licht als meetinstrument kunnen worden gebruikt. De laatste jaren onderzocht hij vooral golven in de atmosfeer van de zon en de structuur van de zonnechromosfeer. Hij was en is nauw betrokken bij de waarnemingen met de Dutch Open Telescope op La Palma.
do. 17 maart 2011 : De Atacama Large Millimetre Array (ALMA). Dr. Wilfred Frieswijk, Universiteit Groningen
De Atacama Large Millimeter Array (ALMA) is een internationaal samenwerkingsproject tussen Europa, Noord-Amerika, Oost-Azië en Chili. ALMA is een revolutionaire astronomische interferometer, met een totaal van 66 radio-schotels variërend van 7 tot 12 meter in diameter. Deze schotels nemen waar op millimeter en submillimeter golflengtes. De bouw is momenteel in volle gang op het Chajnantor plateau op meer dan 5.000 meter in de Atacamawoestijn in noord-Chili. Nog dit jaar zal de eerste wetenschappelijke waarnemingen kunnen plaatsvinden, van onderzoeken naar nieuwe sterren en hun planeten tot de oudste sterrenstelsels in het heelal.
In een lezing op 17 maart met als titel: “De Atacama Large Millimetre Array (ALMA)” zal Dr. Wilfred Frieswijk, Universiteit Groningen, aan de hand van foto's, astronomische waarnemingen en simulaties een beeld schetsen van het ALMA project en laten zien hoe ALMA gaat bijdragen aan onze kennis over zeer veel aspecten binnen de sterrenkunde.
In 2003 is Dr. Frieswijk afgestudeerd in de sterrenkunde aan de Rijks Universiteit Groningen. Daarna heeft hij een jaar gewerkt als software design engineer bij het Netherlands Institute for Space Research (SRON). In 2004 is hij begonnen als promovendus op het Kapteyn Instituut in Groningen. Zijn proefschrift ("Early stages of clustered star formation -- massive dark clouds throughout the Galaxy") is succesvol verdedigd in maart 2008. In mei dat jaar begon hij aan een post-doc positie bij de ALMA Local Expertise Group (Allegro). In die functie hield hij zich voornamelijk bezig met het opzetten en uitbreiden van een Nederlands expertise centrum voor de Atacama Large Millimeter Array. Sinds begin 2011 is hij werkzaam als support astronomer bij ASTRON, de radio sterrenwacht in Dwingeloo.
VRIJDAG 15 april 2011 (GEWIJZIGDE DATUM) : Stereoscopisch zien in de sterrenkunde. Carlo Jenniskens, voorzitter KNVWS afdeling Breda
Inleiding tot de lezing van de heer Carlo Jenniskens, optometrist , en voorzitter van de KNVWS afd. Breda, op vrijdag 15 april a.s.
De mens is uitgerust met twee beweegbare ogen. Met twee onbeweegbare ogen zouden er namelijk veel meer staafjes , kegeltjes en zenuwen moeten zijn om overal in het gezichtsveld het beeld zo scherp te krijgen als in onze gele vlek. Zo is de periferie van het gezichtsveld gespitst op detectie van voorwerpen die onze aandacht vergen, en vervolgens wordt de gele vlek hierop gericht zodat we het voorwerp scherp kunnen zien.
Maar waarom hebben we nu twee ogen? Het kijken met twee ogen heeft twee voordelen.
In de eerste plaats vergroten twee ogen het gezichtsveld, zoals we dat bijvoorbeeld bij de konijnen zien. In de tweede plaats maakt de afstand tussen de twee ogen en de daardoor optredende beeldverschillen, diepte zien mogelijk. Juist het diepte zien is een prachtig fenomeen om uitgebreid op in te gaan. We zullen vele verschillende experimenten doen waaruit blijkt hoe onze hersenen dit binoculair zien interpreteren. Het beeld van beide ogen wordt door de hersenen geanalyseerd op talloze manieren en, zoals een computer dat doet, talloze keren per seconde.
Deze analyses leiden tot gevoelens die samen ons het idee van een beeld geven. Ook het kijken met 1 oog komt ter sprake: hoe eenogigen dit 2-ogig zien compenseren door vaardigheden die een subjectief gevoel van diepte geven.
Het wordt een lezing met veel proeven en veel visuele ervaringen. Sterrenkunde beleven we uitsluitend monoculair. Maar deze keer krijgt men de kans om de sterrenhemel stereoscopisch te ervaren. Diepte zien in sterrenbeelden. Extragalactische stelsels ervaren door de melkweg heen. De kraters van de Maan, Ringen van Saturnus en de manen van Jupiter nu eens echt in stereo.
Bewerkte foto's laten je ervaren alsof je ogen vele miljoenen tot vele biljarden kilometers uit elkaar staan.
Maar om deze lezing goed te kunnen doorstaan zal men moeten beschikken over twee goede ogen die voldoende samenwerken, en een redelijke gezichtsscherpte hebben.
Foto: Laurent Lavender (pixheaven.net)

